Oost-Indische inkt
Werken met Oost-Indische inkt en een kroontjespen
Als ik teken, kies ik het liefst voor een oude, eenvoudige combinatie: Oost-Indische inkt, een kroontjespen en een mooi vel papier. Dit betekent rustig en geconcentreerd werken en dat geeft mij uitdaging en ontspanning tegelijk.
De kroontjespen is een simpele pen zonder inktreservoir. Wat deze pen zo bijzonder maakt, is de flexibele punt. Teken ik met lichte druk, dan krijg ik een dun, fijn lijntje. Druk ik iets harder, dan spreidt de punt zich vanzelf open en ontstaat een bredere, krachtigere streek. Zo bepaal ik met één en dezelfde pen zowel de fijnste details als de stevigste contouren.
Omdat ik met zwarte inkt werk, gebruik ik geen kleuren of grijstinten om diepte te suggereren, maar een paar simpele technieken:
Arcering: dunne lijntjes vlak naast elkaar. Hoe dichter ze bij elkaar staan, hoe donkerder een vlak lijkt.
Stippeltechniek: in plaats van lijntjes gebruik ik ook heel veel kleine puntjes. Kost meer tijd, maar geeft een zachte, geleidelijke overgang.
Kruisarcering: een tweede laag lijnen die de eerste kruist. Zo ontstaan diepere schaduwen en meer reliëf.
Variërende lijndikte: dankzij de flexibele pen kan ik binnen één lijn van dun naar dik gaan, om zo licht en schaduw te suggereren zonder arcering.
Ik combineer deze technieken vaak binnen één tekening, afhankelijk van wat het onderwerp nodig heeft. Zo bouw ik met puur zwart-wit toch een tekening op met diepte, textuur en een gevoel van leven.